Op het vliegveld van de Braziliaanse stad Campo Grande ontmoet ik mijn reisgenoten Martine en Hervé uit Frankrijk. In tien dagen gaan we met onze reisbegeleider Sergio een trektocht maken: te paard langs ranches in de Pantanal. Het grootste wetland van de wereld, en daarmee het habitat van honderden vogelsoorten en bijzondere dieren. Tegelijk ook weidegrond voor drie miljoen vleeskoeien. De ene dag staan we oog in oog met kaaimannen, brulapen en ooievaars. De andere dag brengen we als assistent-cowboys de kudde naar een andere wei.

Jura, onze gids hier op het land van de Pouso Alto Ranch, opent het hek voor ons. Mijn reisgenoten Martine en Hervé, onze reisbegeleider Sergio en ik sturen onze paarden erdoor. We staan voor een grote poel, vol waterplanten. Een Nederlandse molen zou niet misstaan in dit idyllische landschap. Maar er klopt iets niet aan het plaatje. Tientallen kaaimannen, die aan de oever genieten van de zon, kijken ons waakzaam aan.

Onze camera’s draaien overuren. De kaaimannen vinden het maar zozo. De een na de ander glijdt de plomp in. Vlak boven het wateroppervlak blijven talloze ogen ons in de gaten houden. Wij kijken terug. Dan vraagt Hervé: “Heb je dat witte dingetje gezien bij z’n rechterachterpoot?” Ik kijk hem niet-begrijpend aan. “Daar stond Lacoste op!”

We vallen van de ene in de andere verbazing op deze eerste verkenningstocht door de Pantanal. Daar zien we een kaaiman en een witte reiger gebroederlijk naast elkaar zitten. Verderop stapt een ooievaar door het riet. In te verte galoppeert de familie waterzwijn naar de bosrand. Er hangt een betoverende, paradijselijke sfeer.

Zon

We rijden al met al een uurtje rond, zien nog geen fractie van de 11.000 hectare van de familie van onze gastheer, Fernando Barros. Toch zien we niet alleen kaaimannen, maar ook gieren, roze lepelaars, ooievaars, reigers in alle soorten en maten, neusberen, reeën, verwilderde zwijnen, aalscholvers, kieviten, spechten en waterzwijnen. En koeien natuurlijk, want daar draait het de weinige bewoners van de Pantanal om.

Vanuit de lucht, met een Cessna, heeft de Pantanal al een deel van zijn geheim laten zien. Nu, eind juni, aan het begin van de droogte in Brazilië, bepalen ronde waterpoelen in een netwerk van beboste eilanden en zandstroken het patroon. Maar pas aan het avondeten, als onze reisbegeleider Sergio ons vertelt over het ontstaan van zijn geliefde Pantanal, begint het voor ons echt te leven.

Sergio neemt ons meer dan 65 miljoen jaar mee terug in de tijd, naar het moment dat Zuid-Amerika en Afrika van elkaar losscheurden.

“Aan de westkust van het jonge continent waren twee heel grote baaien, het Amazonebekken en het Platabekken. Toen ontstond de Andes en werden de baaien afgesloten, waardoor het binnenzeeën werden.”

De Pantanal, met zijn 230.000 vierkante kilometer drie keer zo groot als Nederland en België samen, is van dat grote Platabekken het overblijfsel. De zinkput van de geologie, om het zo maar te zeggen. De Pantanal is het diepste punt van Brazilië; tientallen rivieren brengen hun water hier naartoe. Het zout van weleer is in al die miljoenen jaren grotendeels weggespoeld. De rivieren brachten er zand voor in de plaats. Bouwmateriaal voor de termieten, ‘de belangrijkste architecten van de Pantanal’ volgens Sergio. Termieten, nog kleiner dan mieren, maar minstens zo gedisciplineerd, begonnen enorme, waterdichte forten te bouwen in het grote, ondiepe bassin.

“Ze woelden de grond om, hun burchten stortten in en verrezen weer en gaven houvast aan zaadjes van bomen. Het patroon dat je ziet vanuit de lucht, is naar ontwerp van de termieten, in duizenden jaren gevormd.”

De regentijd en de rivieren brengen hier van oktober tot april massa’s water. Dan staat zeventig procent van de Pantanal onder een laag van één tot anderhalve meter water. Het eind en het begin van de levenscyclus, die hier loopt van overvloedigheid in mei en juni tot een keiharde struggle for life in september, als de Pantanal op zijn droogst is. Daarna spoelt het water niet alleen van alles weg, het voert ook nieuw leven aan. En wel uit vier verschillende ecosystemen, die hier net zo broederlijk naast elkaar leven als de kaaiman en de kievit: het Amazonegebied, het Atlantische regenwoud, de savannen en de Caatinga, een hele droge, schrale savanne. Daarom groeien er hier bromelia’s en cactussen tussen de wilde munt.

De zon gedraagt zich hier in de tropen zeer voorspelbaar. Zes uur op, zes uur onder. De paarden worden gehaald, ik probeer ze samen met de opgaande zon te vangen met mijn camera. Na het ontbijt, van vers brood, cake, hele jonge kaas, boter, jam, vers vruchtensap en koffie natuurlijk – Brazilië is ’s werelds grootste koffieproducent – gaan we het land van de Pouso Alto Ranch beter bekijken.

Trailfinders banner

Ergens hebben we het idee dat Sergio al die dieren gisteren speciaal voor ons heeft neergezet. Maar als we zijn opgestegen en Jura volgen door de hekken, zijn alleen de kaaimannen nog niet op. De reeën, wilde geiten en vogels wel. De kuifhoenderkoet, die mij doet denken aan een vliegende kalkoen, en de jabirú, de grootste ooievaar ter wereld, lijken vandaag voor ons te willen poseren. “Hun kooien zijn vandaag opengezet”, vermoedt Martine. De komende dagen zullen haar stelling bewijzen. De ene dag werkt de neusbeer zich in de kijker, de andere dag laten de krabbenetende vos, de ibis, de wasbeer, de holenuil, het moerashert, de ijsvogel of het gordeldier zich bespieden.

’s Middags gaan we Fernando Barros en de cowboys – de Pantaneiros – helpen. Een groep van zo’n tweehonderd koeien moet van de ene wei naar de andere. Mijn paard, Canário, vindt het leuk werk. Tot nu toe vond hij een sukkeldrafje wel goed genoeg, maar inmiddels galoppeert hij vrolijk rond om koeien die willen ontsnappen, de pas af te snijden. De koeien hier zijn voor het merendeel afstammelingen van de Indiase Nelore: wit, goed bestand tegen hitte en droogte, fel. Als iets ze niet zint, en dat zijn vandaag de blaffende honden, dan vallen ze aan. Na een uurtje zijn we klaar met het werk. We nemen de lange weg naar huis. En we zien de brulaap, besluipen de grote miereneter en galopperen achter twee verwilderde zwijntjes aan.

Cowboys in actie RES

Er ligt iets wits in het gras. Een schedel van het een of andere dier. Gelden er dan toch junglewetten in dit paradijs? Als ik Sergio vraag wat het is, werpt hij er een deskundige blik op en zegt onderkoeld: “O, een toerist.” We zijn voor zonsopgang vertrokken, op weg naar onze volgende bestemming, de Fazenda Baia das Pedras. Een lange dag rijden over de hete vlakte. Maar dat het zo erg zou zijn, had ik niet gedacht.

In de ochtendkoelte hebben we de afstand tot de plek waar we verse paarden en een verlaat ontbijt krijgen, snel afgelegd. Onze gastvrouw Rita Jurgielewicz wacht ons al op in de schaduw. Met versgebakken, gevuld brood, koel water, fruit, koffie, thee. Een voorproefje voor ons verblijf op haar fazenda: we gaan enorm verwend worden. Dan gaan onze paarden terug naar Pouso Alto en stijgen wij op voor deel twee van de langste dag. Het is vandaag officieel winter geworden hier, maar daar valt niets van te merken.

Trailfinders banner

Mijn paard Joëlla is wat groter en slanker dan Canário. Ze stapt vlot vooruit, blijkbaar ruikt ze de stal, al is die nog een heel eind weg, dwars door de stoffige, hete savanne. Ik ben intussen vergeten iets op mijn hoofd te zetten. Dat voelt niet lekker. Gelukkig laat Sergio mij niet als de toerist van vanochtend eindigen. Hij leent me zijn honkbalpetje en bindt zelf een shirt om zijn hoofd, zodat hij er uitziet als een Bedoeïen.

Het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan in Baia das Pedras. Natuurlijk, op een boerderij met 17.000 hectare grond en 5000 koeien (moet je nagaan: ruim drie hectare per koe!) zijn er communicatiemiddelen nodig: er is hier telefoon, het overleg met de Pantaneiros gaat per radio en walkietalkie, de televisie houdt ons op de hoogte van de voortgang van het WK voetbal en het internet van het laatste nieuws. Maar wat er uit de keuken komt is van vóór het tijdperk van het kant-en-klaarvoedsel. In de loop van ons verblijf maken we kennis met verse, gekoelde limonades van citroen, ananas, mango, papaya, cashew. Met gefrituurde en kruimige maniok (cassave). Met groenteschotels, hartige taarten, vlees- en visgerechten, elke dag andere toetjes. Rita laat ons ook de nationale drank proeven: maté, een soort koude kruidenthee die je door een metalen rietje drinkt en aan elkaar doorgeeft. Heeft wel wat weg van tabak. Was ik al een tijdje van afgekickt.

Sergio in late zon RES

Ook op het gebied van het paardrijden worden we verwend. Sergio heeft gezien dat de Pantaneiros met twee schapenvellen in plaats van één op hun zadel rijden en dat lijkt hem wel wat. ’s Middags staan onze paarden dus klaar met zadels die zelfs geschikt zijn voor de prinses op de erwt. Minpuntje is wel dat ik er ineens niet meer op kan komen. Maar volgens Sergio komt dat door al het lekkere eten.

Onze verkenningstochten hier, aan de rand van de Vazante Castelo – een van de langste watergeulen door de Pantanal – doen we in het spoor van Sergio II en met back-up van Junior. Jonge Pantaneiros, die ons de komende dagen laten zien dat ze vliegensvlug zijn, handig met de lasso en bekwaam in het vak. En daar krijgen we volop de kans toe, want we gaan twee dagen met de cowboys op pad. Eerst om een groep koeien naar de ranch te brengen voor inspectie. Een dag later doen we het omgekeerde; brengen we een groep koeien terug naar de wei, dwars door de Vazante Castelo. En tussendoor gaan we kijken hoe kalfjes van een paar dagen oud geïnspecteerd, zo nodig behandeld en geoormerkt worden. Terwijl we kijken naar dat werk, wordt er nog een kalfje geboren. We volgen zijn pogingen om overeind te komen op zijn lange benen, maar dat lukt niet een-twee-drie.

Als we teruggaan, blijkt de slang te zijn losgelaten in het paradijs. Het paard van Sergio I deinst ineens terug; we zien een bruine slang van 40 à 50 centimeter door het gras heen kronkelen. Maar er zijn meer kooien opengezet voor ons vandaag. We zien rode, groene en prachtige donkerblauwe ara’s, de hyacint ara die de status ‘in gevaar’ heeft op de lijst van bedreigde vogelsoorten. En tijdens een nachtelijke fotosafari met Rita spot ik een grijze reuzennachtzwaluw, die weliswaar probeert een te worden met een houten paaltje, maar verraden wordt door een oog dat rood oplicht in de koplampen van de jeep.

Collage

Het is al weer tijd om door te gaan, richting onze laatste verblijfplaats in de Pantanal, Barra Mansa aan de Rio Negro. Maar dat lukt niet in één dag. We maken daarom een tussenstop op een plek die Sergio steevast ‘the hammock place’ noemt, naar de hangmatten waarin we slapen. We stellen ons een plek in de buitenlucht voor, waarbij we opgegeten worden door muskieten en/of jaguars. Daarom vragen we maar niet door naar de faciliteiten.

We gaan op pad in een langgerekte sliert. Sergio I en II voorop, ik een eindje daarachter, een stuk achter mij Martine en Hervé en ver daarachter Junior. Opeens klinkt er geroep. Ik kijk om en zie Hervés paard bokkend door het gras rennen. Het zadel en alle schapenvellen hangen onder zijn buik. Daar vliegt ineens het zadel met een boog door de lucht. De schapenvellen blijven echter hangen en het paard is zo in paniek, dat Sergio I en Junior er achteraan moeten galopperen. Martine en ik hebben voor één keer onze camera’s niet in de aanslag. Toch geen echte paparazzo.

Terwijl we wachten op de Pantaneiros, geeft Hervé een korte briefing over het gebeurde. Klassiek verhaal: singel los, zadel begint te schuiven, geen houden meer aan. Hij mankeert niets. Sergio I haalt het zadel uit de wei. Maar de Pantaneiros blijven lang weg. “Catch a capibara – vang een waterzwijn”, flap ik er daarom uit. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Het duurt niet lang of ik krijg een fles koud water in mijn nek gegoten. Als Junior en Sergio II na een minuut of tien met Hervés paard te voorschijn komen, roepen ze: “Mooie rodeo!” Hervé laat zich niet kennen, doet zijn petje af en gaat rond: “Dat is dan twintig euro voor iedereen!”

Zo zwaar als de eerste lange transferdag was, zo licht maakt Rita onze gang naar de ‘hammock place’. Ze haalt ons in met de jeep en richt plekken in voor de pauze en de lunch, met heerlijk eten, vers fruit en koel water. Ik eet een appel en geef het klokhuis aan Joëlla. Maar die haalt haar neus daarvoor op. Aparte dieren, de paarden van de Pantanal. Ze steken liever hun neus onder water om waterplanten naar binnen te slurpen.

Bij het laatste daglicht bereiken we het bos waarin onze hangmatten hangen. En opnieuw zakken onze monden open van verbazing. De ‘hammock place’ mag eenvoudig zijn, hij is wel onder architectuur gebouwd! Dit is echt een aanrader voor de locatiemanager van de James Bondfilms. We frissen ons op, eten met z’n allen bij kaarslicht en duiken onze hangmatjes in. We hebben het hartstikke koud de komende nacht. Het knisperende, smakkende geluid van het leven in de waterpoelen houdt ons wakker. En anders wel het angstwekkende gegrom van de jaguar, dat middenin de nacht klinkt. Maar de volgende ochtend weten we één ding zeker. Tien dagen in de Pantanal zijn véél te kort.

 

Trailfinders banner

Bevolking
Bijna 192 miljoen inwoners

Oppervlakte
Brazilië: 8.511.196 vierkante kilometer
Pantanal: 230.000 vierkante kilometer
Nederland: 41.500 vierkante kilometer
België: 30.500 vierkante kilometer

Hoofdstad
Brasilia

Taal
Portugees

Valuta
1 reaal is 45 eurocent

Tijdverschil
Rio de Janeiro, Sao Paulo: winter – 5 uur, zomer – 4 uur
Pantanal: winter – 6 uur, zomer – 5 uur

Vereiste documenten
Paspoort geldig tot zes maanden na vertrek uit Brazilië
Toeristenvisum wordt verstrekt bij binnenkomst

Fysieke conditie
Normaal, ook (grotere) kinderen kunnen de reis maken

Gezondheid
Brazilië: vaccinaties tegen DTP en hepatitis A
Pantanal: vaccinatie tegen gele koorts en kuur tegen malaria
Muggenolie met deet tegen de dengue en de malariamug

Materiaal
Onmisbaar: honkbalpetje, zonnebrandcrème, camera.

Reisorganisatie
Trailfinders Ruitervakanties
www.trailfinders.nl