Een onherbergzaam gebied waar de beer en de wolf gewoon nog in het wild voorkomen: dat is de omgeving waar we een week te paard doorheen zullen trekken. Een reis voor wie houdt van de ongerepte natuur en niet bang is om zonder luxe te zitten.

Tekst: Margriet Krijn | foto: Csaba Gall

Dag 1 Welkom in Roemenië

Na een reis van ongeveer twintig uur per trein arriveren we in het plaatsje Gheorgheni, gelegen in het noordoostelijke deel van het land. Daar worden we opgewacht door Csaba Gall, onze gids voor de komende week. ‘Welkom in Roemenië!’ zegt hij hartelijk. Hij leidt ons naar een fourwheeldrive waarmee we onze laatste etappe zullen afleggen. Al snel wordt duidelijk dat we zonder deze auto niet ver gekomen waren: zodra we Gheorgheni uit zijn, maken de geasfalteerde wegen plaats voor onherbergzame en steile bergweggetjes vol hobbels, kuilen en los­liggende stenen. Inmiddels is het al donker geworden en na zo’n drie kwartier bereiken we het paardencentrum ‘Hipparion’; het beginpunt van onze trektocht. Er wacht ons een heerlijke traditionele Roemeense maaltijd en moe van de lange reis rollen we onze bedden in.

‘De kans dat we wolven en lynxen zien is erg klein, ze zijn heel schuw’

 

Roemenie1

Dag 2 Paarden verzamelen

De volgende ochtend in alle vroegte zien we het Hipparion in al zijn schoonheid. Op een heuvel aan de voet van het Hasmasgebergte staat een idyllisch houten huisje. Hier verblijft Csaba gedurende het hoogseizoen, samen met zijn vriendin Kinga. De paarden lopen vrij rond in een enorme natuurweide rond het huis. Na een stevig ontbijt is het tijd om de paarden te zoeken. ‘Soms ben je daar wel even mee bezig, aangezien we zo’n zestig hectaren weide ter beschikking hebben’, lacht Csaba. Gelukkig duurt het niet al te lang voor we ze in het vizier hebben en gewillig lopen ze met ons mee naar de opzadelplaats. De paarden zijn Szeklerpaarden (een inheems ras uit de streek), Lipizzaners en kruisingen tussen deze twee rassen. Stuk voor stuk goed uitziende, taaie dieren; dat moet ook wel in de bergen. De meeste paarden zijn zelf gefokt, maar de leidende hengst is inmiddels verkocht en tegenwoordig heeft Csaba ook enkele importpaarden. Csaba verdeelt de paarden en we zadelen ze op. We rijden met Engelse zadels, niet nieuw, maar ze passen goed. Onder de zadels komt een dik dek in de vorm van een wollen deken en bij sommige paarden een extra foam-laag. De hoofdstellen zijn traditioneel. We krijgen zadeltassen (voor en achter) en er gaan twee pakpaarden mee om alle bagage en het eten en drinken te vervoeren, want de komende dagen zullen we weinig mensen tegen­komen. En dan, na nog één laatste check, is het tijd om te vertrekken. We leiden de pakpaarden het eerste stuk aan de hand mee, maar na een paar kilometer kunnen ze los. ‘Die gaan nergens heen zonder de rest van de kudde hoor’, verzekert Csaba ons. Twee merries in de groep hebben een aantal maanden terug geveulend en hun kroost dartelt mee. Het eerste deel van de tocht klimmen we tot aan de top van de berg Sipos, waar we een lunchpauze inlassen. Vanaf hier hebben we een wijds uitzicht over het gebied. Na nog zo’n twee uur rijden naderen we een grote weide. Dit is pastorale grond waar herders uit de omgeving hun schapen, koeien en paarden laten grazen.  Dat we de eindbestemming hebben bereikt wil niet zeggen dat we al kunnen uitrusten, want er moet nog een hoop gebeuren: paarden afzadelen, tenten opzetten, hout sprokkelen voor het kampvuur om op te koken en water halen bij een natuurlijke waterbron verderop. Tot slot brengen we nog een bezoek aan een herderskamp waar we verse kaas en melk halen. We eten die avond traditionele goulash. Tijdens het eten is alleen het ruisen van de wind en gekwetter van vogels te horen.

Dag 3 fikse buien

De derde dag van onze tocht begint veelbelovend. Door de bomen sluimeren de eerste zonnestralen en de paarden grazen tevreden in de weide. We maken onszelf en de paarden klaar voor vertrek en even later zit iedereen in het zadel. Jammer genoeg slaat het weer om in de loop van de dag en krijgen we een paar pittige buien over ons heen. Maar de prachtige berglandschappen en vergezichten waarop we onderweg getrakteerd worden, maken veel goed. Een overstroomde rivier zorgt voor een goede dosis avontuur onderweg, maar we komen er zonder kleerscheuren doorheen. Gelukkig is het weer droog als we op de kampeerplek aankomen en ’s avonds kunnen we opwarmen en onze spullen drogen bij een warm kampvuur.

Roemenie2

Dag 4 Wilde beren

Dag vier is inmiddels aangebroken en vandaag rijden we door de ongerepte bossen van het district Harghita. ‘Kijk!’ zegt Csaba plots. ‘Dat zijn sporen van wilde beren’. Hij wijst naar een boom waar de bast vanaf is gekrabd. Even later zien we meer sporen: pootafdrukken in de modder en wat uitwerpselen. Roemenië huisvest de grootste populatie bruine beren van Europa. ‘Hier in de Karpaten leven nog zo’n 5000 tot 6000 beren’, vertelt Csaba. ‘Er zitten ook wolven en lynxen, maar de kans dat we die tegenkomen is erg klein. Ze zijn erg schuw.’ De rest van de week zal het voor ons dan ook bij deze sporen blijven, want meneer beer laat zich niet zien. Na een lange dag in het zadel komen we aan in het plaatje Ivo waar we logeren in een pension. We worden zeer hartelijk ontvangen door de gastheer Venyige István die ons al met Palinka, een alcoholische streekspecialiteit, en hapjes staat op te wachten. Na twee dagen kamperen in de wildernis is het een genot om weer warm te douchen en te slapen in een echt bed en we vallen die avond dan ook vrijwel meteen in slaap.


Stevig in het zadel
Hoewel er veel gestapt wordt, gaat de tocht door de streek Szeklerland door zeer ruig terrein. Er wordt geregeld een hindernis genomen in de vorm van boomstammen en slootjes. Als de omstandigheden het toelaten, kan het hard gaan in galop. Bovendien kunnen de paarden fris reageren. Kortom: deelnemers moeten stevig in het zadel zitten. Een absolute voorwaarde is ook een goede conditie èn goed schoeisel want af en toe neem je je paard aan de hand mee in de bergen. Bovendien zit je in het gebied een aardig eind van de bewoonde wereld. Mocht er iets gebeuren, dan is er niet zo snel medische hulp ter plaatse.


Dag 5 Afgezonderd bestaan

We rijden over het Hargithaplateau, waar een grote kudde runderen met enorme hoorns staat te grazen. ‘Dit is het Hongaars stepperund’ weet Csaba ons te vertellen. ‘De herder die deze kudde hoedt woont hier van april tot oktober in zijn eentje in een houten hutje zonder stroom, internet of warmwatervoorziening.’ Het is een zwaar bestaan maar de herder zit tevreden in het gras te kijken naar zijn kudde. We rijden weer verder en als Csaba ‘galop!’ roept, sprinten de paarden weg. Ook de pakpaarden en veulens galopperen moeiteloos met de groep mee. Die avond slapen we bij een boerderij waar we wederom zeer gastvrij worden ontvangen.

Dag 6 Houtskool

Na een heerlijke nachtrust op het Roemeense platteland voert de tocht ons over wegen die vroeger veel werden gebruikt als de voornaamste handelsroute voor het zout dat gemijnd werd in de omgeving. Onderweg komen we veel bosbouwactiviteiten tegen en even later zien we een aantal mannen druk in de weer om een enorme berg hout aan te steken. ‘Hier wordt nog op traditionele wijze houtskool gemaakt’ vertelt Csaba. ‘De hele omgeving is hier op de één of andere manier afhankelijk van het bos, via houtkap, houtzagerijen, houtbewerking of het maken van houtskool.’ Na een lange tocht bereiken we een klein berghutje aan de rand van het bos waar we zullen overnachten.

Roemenie3

Dag 7 Afscheid

En dan is de laatste dag te paard alweer aangebroken. Vandaag is ook meteen de langste dag waarop we maar liefst zeven uur in het zadel zullen doorbrengen. We rijden door grote weiden die zich goed lenen voor een galopje. We steken de rivier Mures over en het laatste stuk klimmen we weer tot we aangekomen zijn in het gehuchtje Kovacspeter waar zich het Hipparion bevindt. We blijven hier nog één nacht en dan is het tijd om onze gids gedag te zeggen en huiswaarts te keren. Onderweg in de trein praten we nog lang na over ons paardrij-­avontuur in dat prachtige stukje wildernis. Over één ding zijn we het allemaal eens: hier komen we vroeg of laat nog een keer terug!

 

Extra informatie

  • Voertaal: Roemeens, Hongaars en Duits
  • Vervoer: Transfer vanaf Boekarest Otopeni international airport (in overleg), vanaf station Gheorgheni of vliegveld Targu Mures
  • Prijs: € 630 (excl. reiskosten)
  • Lengte van de tocht: 170 km
  • Duur: 8 dagen, 7 nachten
  • Accommodatie: afgewisseld in tenten, een pension, berghut en boerderij

Meer weten?